Uitgelicht: Klankpotten

Uittreksel uit het JV 2016: Scherven uit de oude doos – deel 4 pag. 47 t/m 49
Met extra foto’s, die niet in het JV stonden.

Laatmiddeleeuwse klankpotten uit de Broerkerk te Nijmegen1

Arjan den Braven en Jan Thijssen (†)

grljsbakkende klankpotten
Jan Thijssen (links) en Arjan den Braven direct na de (her)ontdekking van enkele grijsbakkende klankpotten.

Op woensdagavond 27 juli werd door Jan Thijssen een interessante
ontdekking gedaan die al snel als ‘vondst van de week’ werd bestempeld. In een doos met vondstmateriaal van de opgravingen Nijmegen- Waalkade 1954-55 (zie vorige bijdrage in dit jaar- verslag) zaten fragmenten van vier (vrijwel) complete potjes in een grijs baksel.2 Qua vorm hadden ze wel iets weg van bekers met een ronde bodem zoals we die kennen uit Pingsdorf en Andenne.3
Gezien deze gelijkenis was aanvankelijk het idee dat we te maken hadden met drinkbekers uit de volle middeleeuwen.
Bij nadere beschouwing bleek het echter te gaan om grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen. Opmerkelijk was de aanwezigheid van witte kalkzandmortel aan de buitenzijde van de potten, terwijl aan de binnenzijde spatten en in een enkel geval dikke klodders witte kalkpleister zaten. Daaruit bleek dat de potten ingemetseld waren geweest. Maar met welk doel? Vrijwel identieke potten uit onder meer Bruinisse en Zierikzee (prov. Zeeland) zijn eerder geïnterpreteerd als klankpotten.4 Dergelijke klankpotten werden in de middeleeuwen vooral in kerkgebouwen ingemetseld ter verbetering van de akoestiek.

1  Harry van Enckevort (Bureau Leefomgevingskwaliteit – Archeologie, gemeente Nijmegen) heeft een eerdere versie van deze tekst gelezen en van opmerkingen voorzien, waarvoor dank!
2  Doosnummer 16730 van het Provinciaal Depot Bodemvondsten Gelderland. Met dank aan Stephan Weiß-König en Liesbeth Schuurman voor het beschikbaar stellen van dit vondstmateriaal.
3  Bijvoorbeeld Sanke 2002, Taf. 39:4 (Pingsdorf) en Borremans & Warginaire 1966, 52, g. 22:5-7 (Andenne).
4  http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ objectnr. 4.570 (Bruinisse) en 245.695 (Zierikzee).

grijsbakkende klankpotten

De Nijmeegse klankpotten zijn op de snelle draaischijf vervaardigd waarbij nadien de
bodem aan de buitenzijde rond is bijgesneden.1 Kenmerkend is het iets afgeplatte, bolle potlichaam met een nauwe hals en horizontaal afgeplatte, iets uitstekende rand.
 Twee (archeologisch) complete exemplaren hebben een hoogte van 11,2 cm en 11,4 cm.
 De maximale buikdiameter van de klankpotten varieert van 10,6 tot 11,9 cm. De potten
 zijn waarschijnlijk primair als klankpot vervaardigd. Binnen het in 1989 geïntroduceerde classificatiesysteem voor Laat- en Postmiddeleeuws aardewerk en glas – beter bekend als het Deventer-systeem – komen klankpotten nog niet voor.2 Qua baksel en potvorm sluiten de Nijmeegse klankpotten het beste aan bij grijsbakkende potten van typenummer 17 (g-pot- 17).3 Alhoewel klankpotten strikt genomen tot bouwkeramiek gerekend moeten worden, 
zou ons voorstel zijn om ze toch op te nemen in het Deventer-systeem. Klankpotten van het Nijmeegse type zouden dan vallen onder type g-kla-1.
De herkomst van Nijmeegse klankpotten was aanvankelijk onduidelijk. Ze zaten weliswaar in een doos met materiaal van de Waalkade, maar een vondstkaartje of andere vondstinformatie ontbrak. Een oude handgeschreven lijst door Hendrik Brunsting († 1997) van vondsten in het magazijn van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden (RMO) bood uitkomst. Hierin wordt bij lade 1562 melding gemaakt van “Klankpotjes uit koor Broerkerk” [te Nijmegen]. Te oordelen aan de bijgeleverde schets gaat het om dezelfde klankpotten, die in de loop der tijd per ongeluk vermengd zijn geraakt met de vondsten van de Waalkade.

 
De klankpotten zijn waarschijnlijk begin 1951 gevonden bij de sloop van de in 1944 sterk beschadigde Dominicuskerk, beter bekend als de Broerkerk.
Uit de aantekeningen 
van Brunsting kan worden opgemaakt dat de klankpotten in eerste instantie aan Gemeente Museum van Nijmegen zijn overhandigd en dat ze pas later in bezit van het RMO zijn gekomen.


1  Een 3D-model van de klankpotten is hieronder te bewonderen.
2  Clevis & Kottman 1989. De centrale database achter dit systeem wordt beheerd door de Stichting Promotie Archeologie (SPA).
3  Opzoekschema Deventer-systeem september 2016, met dank aan Hemmy Clevis.

Aangezien Brunsting ook belast was met de archeologische opgravingen ter hoogte van de Broerkerk heeft hij hierbij wellicht nog bemiddeld.1 Brunsting dateerde de klankpotten in de 14e of 15e eeuw, wat goed aansluit bij de historische bekende gegevens. Wellicht zijn de klankpotten direct ingemetseld tijdens de bouw van de Broerkerk rond 1380 (ter vervanging van de oudere kapel) of bij de omvangrijke verbouwingen van het kloostercomplex in de jaren ’30 van de 15e eeuw.2

LITERATUUR
Borremans, R. & R. Warginaire, 1966: La céramique d’Andenne: recherches de 1956-1965, Rotterdam.
Brunsting, H., 1952: Laat-Romeins grafveld onder middeleeuwse kerk; Nijmegen (provincie Gelderland), Berichten van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nederland 3, 9-12.
Gorissen, F., 1956: Stede-atlas van Nijmegen, Brugge.
Sanke, M., 2002: Die mittelalterliche Keramikproduktion in Brühl-Pingsdorf. Technologie – Typologie – Chronologie, Mainz (Rheinische Ausgrabungen 50).


1 Brunsting 1952.
2 Vgl. Gorissen 1956, 117.