Vandaag, 7 juni 2018: 50 jaar AWN Nijmegen e.o.

Op 10 december 1967 ontving Wim Tuijn een brief van een zekere H.A. de Kok. Deze De Kok had namens het Hoofdbestuur van de AWN ‘bemoeiienis’ met de uitbreiding van de AWN. Nu had hij van verschillende kanten vernomen dat men van Wim Tuijn een verzoek kon verwachten om een ‘A.W.N. Werkgroep omgeving Nijmegen’ in het leven te roepen. Een week voor het schrijven van deze brief aan Wim was hij aanwezig geweest bij een in Amersfoort gehouden Correspondentencongres van de R.O.B. en daar was hem gebleken “dat men een goed functionerende A.W.N. Werkgroep in Uw omgeving van harte toejuicht”.

Wim Tuijn
Wim aan het werk

Hoe groot zou deze werkgroep, geografisch gezien, kunnen zijn? De Kok realiseerde zich natuurlijk wel dat de stad Nijmegen alleen al voldoende archeologisch werk met zich meebracht, maar het leek hem om verschillende redenen beter om een gehele streek er bij te betrekken. Als werkgebied (‘om mee te beginnen’) stelde De Kok voor het Rijk van Nijmegen, de Over-Betuwe en nog een stuk Oost-Gelderland.  Wat vond Wim Tuijn van deze grensafbakening, wilde De Kok graag weten. Het antwoord van Wim hebben we niet in ons afdelingsarchief, maar hij zal, gezien de later vaak door hem benadrukte rijkdom van het bodemarchief aldaar, er op aangedrongen hebben  om ook het Land van Maas en Waal bij de werkgroep te betrekken. En aldus geschiedde. Op 24 mei 1968 liet Wim in een brief aan ‘leden en genodigden’ weten dat het AWN Hoofdbestuur toestemming had gegeven om een werkgroep AWN Nijmegen en Omstreken op te richten, mét het Land van Maas en Waal. De oprichtingsvergadering vond plaats in Museum Kam, op  7 juni 1968: vandaag dus precies 50 jaar geleden!

 


 

Herbouw Donjon en archeologie

Na de discussie in 2017 tussen voor- en tegenstanders van ‘herbouw’ van de Donjon in het Valkhofpark bleef het enige tijd stil. Totdat vorige week (14 februari 2018) de Gelderlander met het nieuws kwam dat de kosten het verplichte archeologische onderzoek zo hoog uit gaan vallen dat de kans op herbouw zo ongeveer tot nul is gedaald. Slecht nieuws voor voorstanders, maar is het goed of slecht nieuws voor degenen die archeologie een warm hart toedragen? ‘Goed nieuws’ was mijn eerste reactie. De RCE stelt (terecht) hoge eisen aan de kwaliteit van een archeologische opgraving en dat brengt uiteraard hoge kosten met zich mee. Als de opdrachtgever daarom wellicht afziet van herbouw, des te beter. Beter geen opgraving dan een tegen lagere kosten uitgevoerde slechte opgraving. Bovendien blijft Nijmegen zo verschoond van een neptoren met louter commerciële functie.

Donjon en commercie

Het Gelderlanderbericht kan ook als slecht nieuws worden opgevat, niet omdat de herbouw in ieder geval voorlopig niet doorgaat, maar, zoals archeoloog Arjan den Braven op Facebook (archeologie 3.0) verzucht: “archeologie wordt weer vooral als vervelende kostenpost gezien”. Natuurlijk zou het mooier en beter voor het imago van de archeologie zijn als opgravingen worden gedaan louter vanuit belangstelling voor het archeologisch erfgoed van de gemeente Nijmegen. Zowel ‘de professie’ als ‘het publiek’ wil graag meer te weten komen over de geschiedenis van de ‘oudste stad van Nederland’. Ook al wordt dan het bodemarchief niet verstoord door bouwactiviteiten: toch opgraven, waarom niet? Hier stuiten we echter op het beleid om prioriteit te geven aan het zogenoemde ‘behoud in situ’. Op de website van het RCE lezen we: “Archeologische resten vormen een informatiebron die je maar één keer kunt opgraven en lezen. Daarom kan archeologie het beste in de bodem (in situ) worden bewaard”.  Samen met het principe ‘de verstoorder betaalt’ (als behoud in situ niet mogelijk is) leidt dit tot een praktijk waarbij archeologisch onderzoek altijd een post is op de begroting van voorgenomen bouwplannen. Oftewel: archeologie is onderdeel van de markteconomie geworden, of we dat nu goed of slecht nieuws vinden.

 


 

Een halve eeuw ‘Tuijnieren in de archeologie’

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat, met toestemming van ‘het hoofdbestuur der A.W.N.’ een Werkgroep NYMEGEN en OMSTREKEN werd opgericht. Om precies te zijn: op vrijdag 7 juni 1968 vond in Museum Kam de oprichtingsvergadering plaats. De in 2015 overleden Wim Tuijn stond mede aan de wieg van wat nu de AWN Vereniging van vrijwilligers in de archeologie, Afdeling 16 Nijmegen e.o. heet. Jarenlang zou Wim, als secretaris, voorzitter en veldwerkcoördinator een prominente plaats innemen binnen onze afdeling. Onze terugblik op de geschiedenis van AWN Nijmegen e.o. kunnen we dan ook met recht omschrijven als een halve eeuw ‘Tuijnieren in de archeologie’ (met dank aan onze huidige voorzitter John Jansen voor deze woordspeling).

De opgravingen die er zijn geweest en de omstandigheden waaronder deze hebben plaats gevonden, de werkgroepen die her en der in ons werkgebied zijn ontstaan, de verschillende manieren waarop getracht is (en vaak met succes!) om de archeologie onder de aandacht van het brede publiek te brengen: het zal allemaal lees- en zichtbaar worden gemaakt in een jubileumboek en – tentoonstelling.
En om even door te gaan op het ‘onder de aandacht van het publiek brengen’: digitale middelen zijn natuurlijk al lang niet meer weg te denken uit de wijze waarop archeologie zichtbaar gemaakt kan worden. Onze website vervult hier een belangrijke rol en zoals u gemerkt zult hebben heeft deze een geheel nieuw uiterlijk gekregen. Het was een prettig toeval dat juist aan het begin van dit jubileumjaar de oude site het begaf en onze webmaster Aad Hendriks met veel inzet en enthousiasme aan de opbouw van een nieuwe site kon beginnen. Wat de inhoud betreft zal veel vertrouwd blijven, maar één nieuwigheidje ziet u hier: een blogpagina waar ik van tijd tot tijd enige beschouwingen over archeologie mag verwoorden. Althans voorlopig: uit uw reacties zal moeten blijken of dit een levensvatbaar ‘experiment’ is of dat wellicht dit podium aan andere AWN’ers beschikbaar kan worden gesteld (als een soort ‘gastblog’). We gaan het de komende weken, maanden zien!