Uitwerking Opgr. Kelfkensbosch in 2018

Op deze pagina verslaggeving over onze wekelijkse activiteiten in 2018 in het kader van het promotieonderzoek van Arjan den braven. Wij assisteren hem met het sorteren, determineren, puzzelen, zeven en plakken van de vondsten van Ke-1, de opgraving op het Kelfkensbosch van voor de eeuwwisseling. Dit onderzoek richt zich voornamelijk op Karolingisch materiaal, maar heeft talloze interessante ‘bijvangsten’.

 

Werkavond 14-03-2018         foto’s van Marijke Mesu

 


Werkavond 07-03-2018

 


Werkavond 28-02-2018

 


Werkavond 21-02-2018

 


 

Werkavond 07-02-2018, die in het teken staat van afscheid nemen van Arjan den Braven, maar ook de vondst van een maalsteen..

Bij de maalsteen in deze fotoserie:

Het maalsteenfragment (Ke1, put 4, vlak 6, vnr. 625, M89) is dus gevonden in ‘de’ tufstenen kelder en bevond zich samen met enkele stukken Romeins baksteen bovenin een kuil aan de westzijde van de kelder. Op de vlaktekening staat het maalsteenfragment ten onrechte als bouwkeramiek weergegeven, mogelijk doordat het aan de bovenzijde (tevens het oorspronkelijke maalvlak) door (baksteen?)poeder sterk rood is gekleurd, zoals we zelf afgelopen woensdagavond hebben kunnen constateren. Uit originele foto’s vanuit het veld blijkt het maalsteenfragment pas later verder in stukken is gebroken (zie foto).

Foto Gem. Nijmegen

Van de maalsteen is ongeveer een kwart bewaard gebleven. Het betreft de ligger, ofwel de niet roterende onderste maalsteen van een handmolen. De aanzet van het centraal gelegen spilgat is nog duidelijk te zien. Op basis van van de afstand tussen de rand en het spilgat blijkt het om een uitzonderlijk grote maalsteen te gaan met een diameter van ca. 60 cm. In Dorestad hebben de middeleeuwse maalstenen doorgaans een diameter tussen ca. 42 en 52 cm, alhoewel ook daar een exemplaar bekend is met een diameter van 60 cm (vgl. Kars 1980, 410; Melkert 2012, 367). Alhoewel de grote diameter van het exemplaar van Kelfkensbos in vergelijking met de vroegmiddeleeuwse exemplaren uit Dorestad mogelijk van chronologische betekenis is, wijzen de verschillen in grootte wellicht ook op functionele verschillen. Zou de ‘onze’ maalsteen wellicht zijn gebruikt voor het tot poeder vermalen van Romeins baksteen als grondstof voor rood-roze mortel/pleister?

De maalsteen van het Kelfkensbos is erg dun: op het dikste punt resteert slechts 3,4 cm. Daarbij is opvallend dat het maalvlak sterk is afgesleten. Waarschijnlijk gaat het om een maalsteen die door gebruik dermate dun was afgesleten dat het uiteindelijk in stukken brak. Ook uitvoerig onderzoek door Henk Kars (1980, 418) toont aan dit doorgaans gebeurde bij maalstenen met een dikte van gemiddeld 3 cm.

In het geval van ‘ons’ maalsteenfragment is deze samen met de fragmenten van Romeins bouwkeramiek mogelijk hergebruikt om een kuil dicht te gooien c.q. af te dekken, of wellicht als verharding van de keldervloer. Je ziet het maar weer, zelfs achter een enkele vondst schuilt vaak een heel verhaal.

Met vriendelijke groet,
Arjan den Braven

Literatuur
– Kars, H. 1980: Early-Medieval Dorestad, an Archaeo-Petrological Study, I: The teprhite Querns, BROB 30, 393-422.
– Melkert, M.J.A., 2012: Natuursteen, in J. Dijkstra (red.), Het domein van de boer en de ambachtsman. Een opgraving op het terrein van de voormalige fruitveiling te Wijk bij Duurstede: een deel van Dorestad en de villa Wijk archeologisch onderzocht, Amersfoort (ADC Monografie 12). 355-394.

 


Werkavond 31-01-2018

 


Werkavond 24-01-2018

 


Werkavond 17-01-2018

 


Werkavond 10-01-2018

 


Werkavond 03-01-2018

 

Naar korte compilatie van de verwerking Ke-1 in 2017