Project Piersonstraat

Bij de grote foto: Piersonstraat Nijmegen 1900-1905, bron RAN

 

AWN-leden werken samen met Bureau Archeologie Nijmegen veldonderzoeken uit

Van Zwanengas tot Piersontraat: van rijkeluishoven tot achterbuurt

Door Kees Brok

Is het niet jammer dat in het verleden uitgevoerd maar nog nooit volledig uitgewerkt archeologisch onderzoek in kratten in het immense depot staat te nietsnutten? Terwijl het zoveel kennis zou kunnen toevoegen aan wat we al weten over het verleden van onze stad! Bureau Archeologie Nijmegen besloot om die reden een bijzonder samenwerkingsverband aan te gaan met leden van de AWN Afdeling 16 Nijmegen en Omstreken. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: ‘oude’ opgravingsresultaten krijgen de wetenschappelijke aandacht die het verdient en AWN-leden de gelegenheid om volop in het onderzoek te participeren en lokale kennis te ontsluiten.

De samenwerking blijkt een succes; één project is reeds afgerond, een tweede is op dit moment gaande. Het eerste betreft het verwerken van de opgravingsresultaten van het Kelfkensbos in Nijmegen. Dit project, in juni 2018 voltooid, stond onder leiding van Arjan Den Braven en zal in het kader van zijn promotieonderzoek nog met een publicatie worden afgesloten. Na de zomervakantie is meteen met een nieuw project gestart: het uitwerken van de archeologische veldgegevens uit de Piersonstraat. Aanleiding van de opgraving (eind 1990, begin 1991) was het toenmalige plan van Woningstichting Nijmegen om de woningen aan de westzijde van de straat na sloop door nieuwbouw te vervangen (hetgeen is gebeurd).

Het onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied, tot 1914 Zwanengas geheten en gelegen tussen de Molenstraat, Bloemerstraat, Plein 1944 en de Eerste Walstraat, is al vanaf 1411 verkaveld en deels bebouwd. Bij de tweede stadsuitleg in de 16 e eeuw komt het binnen de stadsmuren te liggen. Het gebied bestaat uit een aantal grote percelen met ruime tuinen voor de gefortuneerde Nijmeegse burgerij. Zo hebben hier in de 16 e eeuw magister Jacob Canis en Henric van den Hautart bezittingen en koopt in de 17 e eeuw Hendrik van Heteren een hof van raadsvriend Francois van Heuckelom. Johan van Dael, chirurgijn, koopt in 1612 een huis en hofstat en enkele dagen later nog een tuin.

Van Schevichaven beschrijft rond 1900 het gebied als een welvarende oase met tuintjes, tuinhuisjes, prieeltjes en vruchtbomen te midden van de nogal armoedige huizen aan omringende straten. Het archeologisch onderzoek, waarbij huisplattegronden en een 18 e beerput zijn gevonden, bevestigt dit beeld. Vanaf eind 18 e eeuw ondergaat het gebied echter een ingrijpende verandering. Onder invloed van de toenemende bevolkingsdruk worden de percelen verkaveld en volgebouwd met heel veel kleine woningen voor de lagere sociale klasse. Hiermee investeren de (nieuwe) eigenaren hun vermogen en stellen ze tegelijkertijd door verhuur hun inkomsten veilig. Niet alleen de Zwanengas, ook de smalle steegjes haaks hierop worden volgebouwd. Dit zijn sloppen met veelal eenkamerwoningen. In korte tijd verandert de eens zo idyllische wijk in een achterbuurt waar de bevolking in grote armoede moet zien te overleven. Begin 20 e eeuw sloopt men de sloppenwijk en pleegt de speciaal daartoe opgerichte Nijmeegse Woningbouwvereniging nieuwbouw (pater Van Hooff behoort samen met Pierson tot de initiatiefnemers). In 1914 zijn de woningen klaar; het eerste sociale woningbouwproject binnen de oude vestingstad is een feit. Het zijn deze woningen die in 1990 gesloopt en vervangen worden door de huidige bebouwing.

Archeologisch onderzoek

In de maanden november 1990 tot en met januari 1991 is er in de Piersonstraat uitvoerig archeologisch onderzoek gedaan onder leiding van stadsarcheoloog Jan Thijssen en met medewerking van leden van de Stichting Stadsarcheologie Nijmegen. Deze opgraving is anders dan tot dan toe gebruikelijk specifiek gericht op het analyseren van de resten van huizen, beerputten en afvalkuilen uit de meest recente eeuwen. De situatie in de Piersonstraat is redelijk bijzonder vergeleken met andere delen van de stad en vestingsteden in Nederland. Nemen daar de armeren ‘bezit’ van de rijkere huizen of woonwijken als gevolg van een omgekeerd gentrificatieproces 1 , hier wordt een relatief onontgonnen gebied volgebouwd (en herbouwd) met woningen voor minvermogenden. De kans op ‘rijke’ bewoningsresten is daardoor bijna nihil. Dit biedt de unieke gelegenheid om intensief onderzoek te doen naar de materiële cultuur van armeren. Bovendien zijn in de Zwanengas de restanten van de materiële cultuur door de armoede goed bewaard gebleven. Werden beerputten doorgaans opgeschoond als ze vol waren, door gebrek aan financiële middelen groef men hier gewoon een nieuwe kuil om het huishoudelijk afval te storten.

De uitwerking

Het plan is de uitwerking zo breed mogelijk op te zetten, dus niet enkel vanuit archeologisch perspectief waarbij zowel de beschrijving als het restaureren, tekenen en categoriseren van het materiaal plaatsvindt binnen de context van de opgravingsresultaten. We volgen ook andere sporen, zoals de ontwikkeling van de kadastrale percelering en de daarop gebouwde huizen. Daarnaast richten we onze aandacht op (het verzamelen van) oude kaarten, ansichten en fotomateriaal. Het wordt kortom een omgevingsstudie van bewoners, hun beroepen en gezinssamenstelling door de tijd heen, waarbij we vat proberen te krijgen op de leefomstandigheden gekoppeld aan afvalproblematiek, hygiëne en gezondheid. Ook de oorlogstijd komt aan bod (er is op deze plek in het najaar van 1944 stevig gevochten), evenals de rellen rondom de sloop van woningen en de bouw van een parkeergarage in de jaren ‘80. Het afnemen van interviews van nog levende (oud)bewoners behoort tot de mogelijkheden. Dit alles zal leiden tot een zo compleet mogelijk beeld van het leven in een volksbuurt, gezien vanuit zoveel mogelijk kanten.

——————-
1 Gentrificatie (Engels: gentrification) is een proces van opwaardering van een buurt of stadsdeel op sociaal, cultureel en economisch gebied, het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners/gebruikers en de daarmee gepaard gaande verdrijving van de lagere klassen uit het stadsdeel. (bron: Wikipedia)

Van analoog naar digitaal

Om goed met al het materiaal te kunnen werken moeten we twee stappen ondernemen. Eerst moet het in 1991 afgesloten veldonderzoek op papier opnieuw uitgevoerd worden.

Hiertoe controleren we de veldadministratie en werken we die indien nodig bij. Ook kennen we aan alle grondsporen nummers toe. Vervolgens wordt het materiaal voor zover mogelijk gedigitaliseerd (en/of gevectoriseerd): veldtekeningen en overige  administratie zoals vondsten- , foto-, profielen-, monster- en bouwbeschrijvingsformulieren alsmede dag- en weekrapportages. Hierna zal alles ingevoerd worden in de verschillende beheers- en verwerkingssystemen. De hierboven omschreven werkzaamheden zijn het afgelopen jaar reeds deels uitgevoerd en zullen binnen enkele maanden in 2019 afgerond zijn.

Afb. 1 Het inventariseren van de vondsten

Waar staan we nu

Op de woensdagavonden hebben de AWN-leden een eerste inventarisatie uitgevoerd van hetgeen 29 jaar geleden uit de grond kwam. Hierbij is de inhoud steeds per doos of krat op tafel uitgespreid. Per vondstnummer is zoveel mogelijk een uitsplitsing naar de diverse materiaalgroepen gemaakt. Dus aardewerk, glas, bouwkeramiek et cetera zijn gesplitst en opnieuw verpakt. Eventuele bijzondere voorwerpen of karakteristieke kenmerken werden op een inventarisatieformulier vermeld. Kwetsbare voorwerpen zijn, voordat ze teruggingen in de doos, apart verpakt. Van de inhoud is per vondstnummer een foto gemaakt die vervolgens op de betreffende doos werd geplakt. Aan de buitenzijde is nu meteen te zien wat er in de doos zit (zie afb. 2).


Afb. 2 Een deel van de vondstdozen, voorzien van een foto van de inhoud

De foto’s en de inventarisatieformulieren zijn zowel analoog als digitaal geadministreerd. Op deze manier is langzaamaan een beeld ontstaan van wat het vondstmateriaal over de laatste tweehonderd jaar van dit stukje Nijmegen kan vertellen.

Hoe verder – diverse sporen/bronnen

Als de inventarisatie achter de rug is kunnen we keuzes gaan maken. Voor het verhaal over het dagelijks leven van de bewoners aan de Piersonstraat/Zwanengas in de 19 e en begin 20 e eeuw is het verzamelde materiaal uit de afvalkuilen/putten een belangrijke bron. Welke vondstcomplexen verhaaltechnisch het meeste ‘sexappeal’ hebben en daarom in aanmerking komen voor een verdere archeologische uitwerking is de volgende stap. Alle beerputten en –kuilen op detailniveau uitwerken is ondoenlijk – en ook niet nodig. We starten daarom een tweede sortering, waarbij puzzelen, restaureren, tekenen en determineren van de diverse materiaalgroepen voorop staat (zoals aardewerk, glas, bouwkeramiek, metaal, bot en natuursteen). Parallel hieraan loopt de digitalisering van de vondstenadministratie.

Afb. 3 De Piersonstraat anno nu (foto: auteur)

De reconstructie van de kadastrale wijzigingen en de bewoningsgeschiedenis is een ander spoor dat we gaan volgen. De veranderingen in de perceelindeling en de eigendomsverhoudingen van de Piersonstraat (Zwanengas) door de tijd heen (tot 1914) is waarschijnlijk nog wel te achterhalen. Hierna komt de woningbouwvereniging als eigenaar in beeld. In hoeverre bewonersgegevens vanaf die tijd te achterhalen zijn ligt vermoedelijk wat ingewikkelder. De doorstroom was aanzienlijk. Soms verbleven families of individuele arbeiders maar enkele weken of maanden in dezelfde kamerwoning, die vaak ook nog als werkruimte dienst deed.

Een derde spoor betreft reeds bekend en nog te ontdekken foto-, film- en kaartmateriaal. Een analyse en vergelijking van deze gegevens zal de beleving van dit stukje Nijmegen breder maken. Ook andere bronnen zijn welkom, denk aan dagboekmateriaal of mondelinge informatie van nog levende bewoners. Ook is het interessant om na te gaan of en welk archiefmateriaal er verder nog boeiende informatie aan het geheel kan toevoegen. De periode van WOII tot en met de Piersonrellen en de uiteindelijke sloop in 1990 van het resterende deel van het westelijk deel van de straat wordt eveneens bij dit onderzoek betrokken.

Geheel los hiervan gaan we enkele materiaalgroepen thematisch benaderen. Zo krijgen de aangetroffen pijpen een eigen podium. Ditzelfde geldt voor het kinderspeelgoed. Deze twee materiaalgroepen kwamen bij de eerste inventarisatie zo opvallend naar voren dat we toen al meteen besloten hier apart op in te steken.

In een plan van aanpak zullen bovenstaande punten nader omschreven worden, zodat het als handvat kan dienen bij het verwerken van het materiaal.

Dit artikel verscheen eerder in ons Jaarverslag over 2018

Cartoon met goedkeuring van de auteur Roel Seidell

Het Project Piersonstraat

Op deze project-pagina’s staan een aantal sfeerbeelden van onze woensdag-werkavonden waarbij we met dit project bezig zijn. Dit verslag wordt wekelijks bijgewerkt. Het project Piersonstraat  is gestart in het voorjaar van 2018.
In deze Nijmeegse straat, de vroegere Zwanengas, zijn tal van beerputten (afvalkuilen) gevonden. De beerputten dateren uit 1750 tot ongeveer 1920. 
Het geheel wordt getrokken door Kees Brok, overdag werkzaam bij Bureau Archeologie Nijmegen als opgravingsmanager. Ons vorige grote project was de assistentie bij het promotieonderzoek van Arjan den Braven met als onderwerp de opgravingen op het Kelfkensbosch, periode Vroege Middeleeuwen. Voor de verandering nu eens voornamelijk 19de en vroeg 20ste eeuws materiaal uit beerputten van de Piersonstraat/Zwanengas, maar oudere stukken zijn vooralsnog niet uit te sluiten..

Kadastrale kaart, klik aan voor vergroting:

Kadastrale kaart aan de Zeigelbaan, de Zwanengas en de Karrengas.
Bron RAN Nijmegen, kadastrale kaart aan de Zeigelbaan, de Zwanengas en de Karrengas. Links van de tekening de nummers der percelen en de namen der eigenaren. Collectie Commissie tot Uitleg van de Stad Nijmegen 1875-1890


Uit het stadsarchief (RAN): (klik aan voor vergroting)

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

 

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Woningvereniging Nijmegen 1906-1990

F15038.tif

Woningvereniging Nijmegen 1906-1990

F15039.tif

Woningvereniging Nijmegen 1906-1990

F15042.tif

Woningvereniging Nijmegen 1906-1990

F15044.tif

Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen

F31740.tif

Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen

F38846.jpg

Brinkhoff, J.M.G.M. 1920-1986

D831.jpg

Bron: Brinkhoff, dr. Jan

 

Opgraving Piersonstraat Nijmegen
Opgraving Piersonstraat Nijmegen ‘De Gelderlander’ in 1990

 

Krantenartikel 2002 Wroeten in het afval van de stad
De Gelderlander 2002. Klik afbeelding voor een leesbaar artikel.

 

 

 

 Naar Project Piersonstraat in 2018

 Naar Project Piersonstraat in 2019

2 antwoorden op “Project Piersonstraat”

  1. Wat bijzonder interessant! Recentelijk kwam ik er achter dat mijn betovergrootmoeder, Anna Maria Heijl (of Heil) met haar man, Johannes Eggenhuizen (of Eigenhuisen) en twee kinderen verhuisd zijn van de Bloemerstraat naar het Zwanengas in 1827. Ik ben dus enorm geïnteresseerd.

  2. Uw reacties zijn van harte welkom, want in een later stadium van dit onderzoek gaan we uitzoeken wie er gewoond heeft. Misschien zit er in het depot zelfs iets wat uw betovergrootmoeder ooit heeft weggegooid.. dan komt geschiedenis heel dichtbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *