Remember September

Boven: Joost Rosendaal rechts op de foto

 

Gelderland als openluchtmuseum van de Tweede Wereldoorlog.

Met de grote hoeveelheid oorlogssporen kan Gelderland worden gezien als een openluchtmuseum van de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar is een initiatief gestart om tal van organisaties die zich op enigerlei wijze bezig houden met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog samen te laten werken. Zie hieronder de Nota Versterking Herinnering van historicus Joost Rosendaal, voorzitter van de stichting Versterking Herinnering WO2 Gelderland (WO2GLD, meer informatie over deze stichting vindt u hier (externe link).

Inleiding Nota versterking Herinnering

Voor de in historie geïnteresseerde bezoeker, voor hen die verhalen met diepgang over vrede en vrijheid zoeken, maar ook voor de recreatieve toerist die zich wil laten verrassen door mooie, indringende, avontuurlijke en spannende beelden en belevenissen is de provincie Gelderland als een openluchtmuseum van de Tweede Wereldoorlog.

Van september 1944 tot mei 1945 neemt deze regio een bijzondere plaats in binnen het grote, internationale verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Met Limburg, Noord-Brabant en Zeeland was Gelderland gedurende de laatste acht maanden van de oorlog het belangrijke noordelijk frontgebied in West-Europa. De provincie mag op één lijn gesteld worden met Normandië (D-Day, juni-augustus 1944, twee en een halve maand strijd) en de Ardennen (Ardennenoffensief, december-januari 1944, een maand strijd).
Als strijdgebied is Gelderland ook binnen Nederland uitzonderlijk. Het begon met de operaties Market en Garden, die in hun aanvankelijk objectief mislukten: de Slag om Arnhem liep voor de geallieerden uit op een fiasco, maar de strijd om Nijmegen werd door hen gewonnen. ‘Arnhem’ werd ondanks de geallieerde nederlaag een internationaal bekend begrip en referentiepunt. Met Nijmegen als uitvalsbasis konden de geallieerden in februari 1945 het grootste landoffensief aan het westelijk front lanceren. Ongeveer een half miljoen militairen trokken via Groesbeek het Rijnland binnen. Na zeven weken strijd wisten de troepen op 24 maart 1945 bij Wesel de oversteek over de Rijn te maken, die een half jaar eerder bij Arnhem was mislukt. Terwijl de hoofdmacht verder Duitsland introk, viel de linkerflank van vooral uit Canadezen bestaande troepen het oosten van Nederland binnen. In april richtte deze strijd zich op Gelderland boven de rivieren en vervolgens via Overijssel naar het noorden van Nederland. Op 5/6 mei capituleerde in Wageningen de bevelhebber van de Duitse troepen in Nederland en kwam er een eind aan vijf jaar bezetting.

Deze laatste acht maanden van de oorlog kunnen voor Gelderland als een unique selling point worden aangemerkt. Daarnaast biedt de provincie nog vele plaatsen die herinneren aan bezetting, onderdrukking en vervolging door het nationaalsocialistisch regime en de gevolgen van het verwoestende oorlogsgeweld. In het bijzonder dienen hier genoemd te worden de meidagen van 1940 met het begin van de Duitse bezetting in onder meer Wageningen, Ede en Scherpenzeel (de Grebbeberglinie), in Neder-Betuwe (de Betuwestelling) en in Heumen (de Maas-Waalstelling); vervolging, verzet en onderduik in onder meer Aalten, Elburg en Apeldoorn (Apeldoornsche Bosch en Ereveld Loenen); de Duitse bezetter in onder meer Deelen (Fliegerhorst) en Apeldoorn (bunker Seyss Inquart); collaboratie in onder meer Lunteren en Ellecom; slachtoffers van represailles (Putten, Woeste Hoeve en Varsseveld) en van bombardementen (Nijmegen, Arnhem, Doetinchem en Zutphen). Deze gebeurtenissen en de plekken waar ze hebben plaatsgevonden doen beseffen hoe belangrijk de bevrijding was.

Voor de volledige tekst (26 blz.) zie PDF file: