Het wagengraf van Heumen

RAM 270: Verstoord door schatgraverij

Veldwerk naar aanleiding van de ontdekking van een wagengraf uit de vroeg La Tène-periode aan de Hessenbergseweg te Heumen.

Aan de Hessenbergseweg in Heumen (provincie Gelderland) is in 2018 een wagengraf uit de vroeg La Tène-periode (ca. 450 v.Chr) illegaal opgegraven. Op die plek heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in mei 2019 een controle-opgraving uitgevoerd. Daarbij zijn onder meer kleine fragmenten bronsblik en crematieresten gevonden die onmiskenbaar tot het wagengraf behoren.

Auteurs: L. Theunissen, T. de Groot, J.W. de Kort en F. Laarman Redactie: L. Theunissen en J.W. de Kort Goedgekeurd door autorisator S. van der Vaart-Verschoof, 23 februari 2021

Illustraties: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en M. Haars (BCL–Archaeological Support), tenzij anders vermeld.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

Terug naar het overzicht

Bewoningssporen op De stelt

Bewoningssporen op De Stelt

Bewoningssporen op De stelt

proefsleuvenonderzoek in plangebied De Stelt-noord in Nijmegen-Lent

Gemeente Nijmegen, Bureau Leefomgevingskwaliteit | Archeologie 2017

In de periode van 17 oktober tot en met 8 november 2012 is in het plangebied De Stelt, ten zuidoosten van het dorp Lent, een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Nijmegen. Aanleiding voor dit onderzoek is de herinrichting van De Stelt ten behoeve van woningbouw. De graafwerkzaamheden die daarvoor nodig zijn en waarvan de omvang bij de aanvang van het onderzoek nog niet bekend was, kunnen het aanwezige bodemarchief beschadigen of volledig vernietigen.

Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen is het plangebied aangemerkt als terrein van zeer hoge waarde (nummer N33, waarde 3). In dit kader zijn in totaal 45 proefsleuven aangelegd over een gebied van ca. 8,5 hectare. De doelstelling van het inventariserend onderzoek was het lokaliseren en waarderen van archeologische resten. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Nijmegen door Bureau Leefomgevingskwaliteit | Archeologie van de gemeente Nijmegen (BLAN). Het plangebied ligt ten zuiden van de Steltsestraat en strekt zich uit vanaf de Turennesingel in het oosten tot aan de Pastoor van Laakstraat aan de westzijde, parallel aan de N23 (fig. 1.1). Het plangebied was in gebruik als grasland en maïsakker, daarvoor stonden er kassencomplexen en hebben in het gehele plangebied fruitboomgaarden gestaan.

 

Terug naar het overzicht 

Identificatie van een prehistorisch grafveld in de Westermeerwijk

Grafheuvels Groesbeek

Identificatie van een prehistorisch grafveld in de Westermeerwijk, gemeente Berg en Dal

Tijdens het bestuderen van de digitale reliëfkaarten opgenomen in het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), werd door het AWN-lid Paul Klinkenberg in een op het grondgebied van de gemeente Berg en Dal gelegen bosperceel ten zuidwesten van het in de hoek van de Meerwijkselaan en de Postweg gelegen Afrikamuseum in 2014 een zestal opmerkelijke verhogingen waargenomen.

Op verzoek van Paul Klinkenberg werd in opdracht van AWN-afdeling 16 Nijmegen en omstreken, met medeweten en medewerking van de gemeente Berg en Dal, de regionaal archeoloog (S. van Roode) en Staatsbosbeheer, op 12 maart 2016 door enkele leden van genoemde AWN-afdeling een niet-gravend onderzoek ingesteld naar bedoelde heuvels. In dit rapport worden de bevindingen van het onderzoek weergegeven.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent

Plan Vossepels Lent

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent:
Project Vos1

In de digitale studiezaal Nijmegen zijn alle onderzoeken van het Archeologisch Bureau Nijmegen gratis te bestuderen, hier een voorbeeld.

De reeks Archeologische Berichten Nijmegen, waarin de archeologische onderzoeken worden beschreven die binnen de grenzen van de Gemeente Nijmegen zijn uitgevoerd. De rapporten zijn niet alleen voor archeologen geschikt, maar zeker ook voor de geïnteresseerde lezer.

“Het plangebied Vossenpels 1 ligt volgens Archis deels binnen een archeologisch monument van archeologische waarde (Archis-nr. 12471.14 Volgens Archis betreft het een terrein, gelegen op een oeverwal, met sporen van een nederzetting uit het laat neolithicum. Bij booronderzoek werden in vrijwel alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen.
In het terrein bevindt zich op 50–80 cm onder het maaiveld een vondstenlaag, met daarin houtskool, verbrand leem, aardewerk, bot, brokjes natuursteen en fosfaatconcentraties”.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Het handgevormde aardewerk uit de ijzertijd en de Romeinse tijd van Oss-Ussen

Het handgevormde aardewerk uit de ijzertijd en de Romeinse tijd van Oss-Ussen 
Studies naar typochronologie, technologie en herkomst

Proefschrift

ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Universiteit Leiden op gezag van Rector Magnificus prof.mr.dr. P.F. van der Heijden volgens besluit van het College voor Promoties te verdedigen op donderdag 25 oktober 2012 klokke 13.45 uur door Pieter Willem van den Broeke geboren te Vlaardingen in 1952.

Al een kwart eeuw geleden verschenen er in de bundel Getekend zand twee artikelen die als een samenvatting van het nu uitgekomen proefschrift beschouwd kunnen worden. Dat ik in de tussentijd vaak persoonlijk beschikbaar was om het gemis aan een volledige publicatie te compenseren met de mondelinge datering van vondstcomplexen en het identificeren van briquetagevaatwerk, zal voor collega’s en amateur-archeologen in den lande een schrale troost zijn geweest. Het voordeel van het lange afgelegde traject was dat ik recentelijk nog wel kon putten uit de vele publicaties die verschenen sinds de rapportageverplichting in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.
Met dit ‘gerijpte’ proefschrift hoop ik tevens de langlopende schuld afgelost te hebben die bij mijn promotor(en) uitstond. Het was Jan (prof.dr. G.J.) Verwers, projectleider van het Leidse universitaire onderzoek in Oss, die me voorstelde om aan het aardewerk daarvan een promotie-onderzoek te wijden. Dat kon vervolgens van 1982-1985 worden uitgevoerd dankzij een subsidie van de Nederlandse Stichting voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek. Daarmee moesten bergen vondsten verzet worden. Collega Wijnand van der Sanden kon de stemming erin houden, en met hulpmiddelen zoals ponskaarten, Randlochkarten en een personal computer met wel twee floppy disk drives
zou de klus toch wel tijdig te klaren zijn…
Nadat Verwers in 1989 terugtrad als buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht was Leendert (prof.dr. L.P.) Louwe Kooijmans zo welwillend om het toen al ver uitgelopen onderzoek als promotor te begeleiden en jaarlijks de door ZWO/NWO opgevraagde stand van zaken in zo positief mogelijke bewoordingen te schetsen.
Niet minder stond ik in het krijt bij degenen die een directe, zeer gewaardeerde bijdrage aan het onderzoek leverden: dr. Bram van As (Universiteit Leiden),
Loe Jacobs (Universiteit Leiden), drs. Menno Jansma (Universiteit van Amsterdam) en prof.dr. Leendert van der Plas (†) (Wageningen Universiteit). Nog meer personen – voornamelijk werkzaam in het Instituut voor Prehistorie dan wel het latere Archeologisch Centrum van de Universiteit Leiden – droegen in andere vorm aan deze publicatie bij en verdienen daarvoor mijn
dank. De student-assistenten Wilfried Hessing, Menno Hoogland en Liesbeth Smits hebben talloze uren besteed aan het onmisbare voorwerk: scherven passen, plakken, beschrijven en een selectie daarvan met potlood tekenen. Een centrale plaats neemt het definitieve tekenwerk in, dat door Jan Boogerd (†) begonnen werd met een kroontjespen – waarmee hij vele honderden stuks aardewerk in inkt zette – en dat door digitaal afgesloten is met .ai, .pdf en .tif. In de tussengelegen periode tekenden ook Henk de Lorm, Jan Nederlof, Medy Oberendorff, Joanne Porck, Ide Stoepker en de auteur zelf. Ook van de tekeningen die Anne Berth Döbken (†) voor zijn scriptie over het grafveld van Oss-Ussen maakte, heb ik mogen profiteren. De foto’s zijn overwegend vervaardigd door Jan Pauptit en in beperkte mate door de auteur (slijpplaatjes). Annette Wagner zorgde voor de vertaling van de samenvatting in het Duits. Zonder discussie, steun en weerwoord komt een wetenschappelijke studie niet verder. Wat het handgevormde aardewerk betreft, heb ik in de loop der jaren veel gehad aan de contacten met de collega’s Ineke/Aniek Abbink (†), Eugene Ball, Simone Bloo,Wim De Clercq, Erik Drenth, Robert van Heeringen, Ivo Hermsen, Lucien Van Impe, Julie Van Kerckhove, Cees Koot, Huub Scholte Lubberink, Lucas Meurkens,
Angela Simons, Ernst Taayke, Marco van Trierum en Ad Verlinde.

Dankzij de medewerking van Harry Fokkens en Richard Jansen kon ik ook nog vele vondsten uit de post-Ussen-fase van het onderzoek in Oss doornemen.
Talloos waren de amateur-archeologen(kringen) waar ik gastvrij ontvangen werd wanneer ik op pad was om een indruk te krijgen van wat de ZuidNederlandse en Vlaamse bodem had prijsgegeven buiten hetgeen in de publicaties te vinden was. Het meest intensief was dat wel bij de Historische Kring Kesteren e.o., en vooral bij de AWN-afdeling Nijmegen e.o., toen nog onder leiding van Wim Tuijn. Gerard Smits zorgde voor een stroom van aardewerktekeningen uit de regio Oss. En dit proefschrift zou zeker veel dunner geworden zijn zonder de inspanningen van de leden van de Heemkundekring Maasland, die – onder aanvoering van Gerard van Alphen – naast de Leidse opgravers veel vondsten geborgen hebben die hier zijn weergegeven.
Zoals het een levenswerk betaamt, blijft dat ook in de persoonlijke omgeving niet onopgemerkt. Margreet mag nu op een socialere vrije-tijdsbesteding van mijn kant rekenen, wat overigens – ook bij Gillis en Gerben – niet de illusie mag wekken dat de wetenschap nu wel genoeg gediend is.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

-+=
Google Translate
Top