Reopening graves in the early Middle Ages

Reopening graves in the early Middle Ages: from local practice to European phenomenon
Published online by Cambridge University Press: 28 June 2021

Across Europe early medieval archaeologists have long recognised significant numbers of graves displaying evidence for the intentional post-burial disturbance of skeletons and artefacts. The practice of reopening and manipulating graves soon after burial, traditionally described—and dismissed—as ‘robbing’, is documented at cemeteries from Transylvania to southern England. This article presents a synthesis of five recent regional studies to investigate the evidence of and the motivations for the reopening of early medieval graves. From the later sixth century AD, the reopening of individual graves and removal of selected artefact types rapidly became part of the shared treatment of the dead across this wide area.

Received: 18 June 2020; Revised: 21 September 2020; Accepted: 7 October 2020

© The Author(s), 2021. Published by Cambridge University Press on behalf of Antiquity Publications Ltd. This is an Open Access article, distributed under the terms of the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives licence (http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/), which permits non-commercial re-use, distribution, and reproduction in any medium, provided the original work is unaltered and is properly cited. The written permission of Cambridge University Press must be obtained for commercial re-use or in order to create a derivative work.

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

Archeologie en geschiedenis van een middeleeuwse woonwijk onder de Hopmarkt te Aalst

Archeologie en geschiedenis van een middeleeuwse woonwijk onder de Hopmarkt te Aalst

Relicta Monografieën 16

Archeologie, Monumenten- en Landschapsonderzoek in Vlaanderen Heritage Research in Flanders

Voorwoord

Dit boek verzamelt de onderzoeksresultaten over de middeleeuwse en oudere geschiedenis van de Hopmarkt in de stad Aalst (provincie Oost-Vlaanderen). Naar aanleiding van de inmiddels gerealiseerde bouw van een ondergrondse parkeergarage werd het zuidelijke deel van dit plein archeologisch onderzocht van 15 maart 2004 tot eind december 2005. Dit opgravingsproject was een samenwerking tussen het toenmalige Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), nu deel van het agentschap Onroerend Erfgoed (OE), en het stadsbestuur van Aalst, dat het project grotendeels financierde. Samen stelden ze een projectploeg samen van vier archeologen en zeven technische medewerkers onder de wetenschappelijke leiding van het VIOE. De opgraving omvatte een totale oppervlakte van ongeveer 3200 m² die integraal onderzocht werd. De archeologische horizont had een gemiddelde dikte van twee meter en bestond uit vele duizenden sporen en tienduizenden vondsten van de prehistorie tot de 20ste eeuw. Dit boek is de derde publicatie die uit dit onderzoek voortvloeit1 en is de eerste die alle sporen en vondsten behandelt uit de periode vóór het karmelietenklooster, dat in 1497 op deze plaats was opgericht. In 2011 voerde de archeologische cel van de intercommunale Solva aanvullend archeologisch onderzoek uit naar aanleiding van de aanvang van de bouwwerken2. Dit onderzoek is niet opgenomen in deze studie, met uitzondering van het botmateriaal uit de poel en enkele uitzonderlijke vondsten. Deze zullen steeds apart vermeld worden.

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent

Plan Vossepels Lent

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent:
Project Vos1

In de digitale studiezaal Nijmegen zijn alle onderzoeken van het Archeologisch Bureau Nijmegen gratis te bestuderen, hier een voorbeeld.

De reeks Archeologische Berichten Nijmegen, waarin de archeologische onderzoeken worden beschreven die binnen de grenzen van de Gemeente Nijmegen zijn uitgevoerd. De rapporten zijn niet alleen voor archeologen geschikt, maar zeker ook voor de geïnteresseerde lezer.

“Het plangebied Vossenpels 1 ligt volgens Archis deels binnen een archeologisch monument van archeologische waarde (Archis-nr. 12471.14 Volgens Archis betreft het een terrein, gelegen op een oeverwal, met sporen van een nederzetting uit het laat neolithicum. Bij booronderzoek werden in vrijwel alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen.
In het terrein bevindt zich op 50–80 cm onder het maaiveld een vondstenlaag, met daarin houtskool, verbrand leem, aardewerk, bot, brokjes natuursteen en fosfaatconcentraties”.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

De cisterciënzerinnenabdij van Herkenrode

Naar aanleiding van de uitwerking van het archeologisch onderzoek in de abdij van Herkenrode van 2004 tot 2006 onder leiding van Maarten Smeets werden drie contexten geselecteerd voor een uitgebreide ceramiekstudie.
De keuze voor deze contexten werd niet enkel bepaald door de aanwezige rijke aardewerkcollecties maar ook door de grote botcollecties die voor studie in aanmerking komen. Deze aardewerkcomplexen worden hier apart gepubliceerd omwille van het grote belang dat ze hebben in de ontwikkeling van de kennis over de aardewerkconsumptie in de late middeleeuwen en het begin van de moderne tijden in oostelijk Limburg. Bovendien werpen ze een bijzondere blik op de materiële cultuur van een vrouwenabdij in het algemeen en de cisterciënzerinnenabdij van Herkenrode in het bijzonder. Met veel data, tekeningen en afbeeldingen.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Archeologische rapporten gemeente Nijmegen

Archeologische rapporten gemeente Nijmegen downloaden via RAN tekst van de website van de Gemeente Nijmegen)

Nieuwe ontdekkingen in het Rivierpark 

Burgemeester Bruls heeft op 17 mei 2018 aan Nelly Kalfs, hoofdingenieur directeur van Rijkswaterstaat, de rapporten gegeven over de archeologische opgravingen in het nieuwe Rivierpark. Het is de afsluiting van jarenlang archeologisch onderzoek in het Rivierpark door de archeologen van Nijmegen. Otto van Lent, een nazaat van de heren van Lent, die ooit in het nu ontdekte kasteel Lent woonden, ontving het rapport over het onderzoek van kasteel Lent.

Opgraven is vastleggen

De archeologen van Nijmegen hebben 7 wetenschappelijke rapporten geschreven. In 4600 pagina’s wordt alles uitgelegd over de vindplaatsen die tevoorschijn kwamen, voordat de Spiegelwaal werd gegraven. De nevengeul moest worden gegraven vanwege de veiligheid. Bij extreem hoog water zorgt de Spiegelwaal ervoor dat het water veilig wordt afgevoerd. Maar eerst werd het archeologisch bodemarchief opgegraven voordat het zou verdwijnen. Na de opgravingen is alles geanalyseerd en beschreven in de rapporten.

25 eeuwen geschiedenis

Het archeologische onderzoek heeft veel kennis over het verleden van het Rivierpark opgeleverd. De 25 eeuwen geschiedenis die tevoorschijn zijn gekomen, laten zien hoe rijk het verleden van de oudste stad van Nederland is. Bovendien is ook nu weer duidelijk geworden dat er zich toch steeds verrassingen in de bodem bevinden.

De 3 belangrijkste resultaten:

  • de Waal stroomde al rond het jaar 0 op dezelfde plek als de Spiegelwaal nu
  • de ontdekking van kasteel Lent
  • de ontdekking van een onbekend onderdeel van schans Knodsenburg, een ravelijn en de vondst van kanonskogels, gesprongen kanonslopen en zelfs gesneuvelde soldaten, wat belangrijke informatie over de gevechten rondom de schans opleverde

De rapporten bekijken?

Dat kan. De rapporten zijn niet in de boekhandel te koop, maar wel te downloaden. Ga naar de digitale studiezaal van www.regionaalarchiefnijmegen.nl en zoek op Archeologische Berichten Nijmegen. Daar staan bovenaan de lijst de rapporten.

……. Of klik op deze link

Daarna: Bovenaan de lijst staan de rapporten. Om deze te downloaden: kolom geheel links aanklikken, op de pagina daarna blokje rechtsonder aanklikken…

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’