NAR 71: Romans on the Waterfront

Romans on the Waterfront

NAR 71: Romans on the waterfront. Evaluation of archaeological interventions (1997-2020) along the Dutch part of the Lower Rhine and Coastal Limes

Rapport | 27-07-2021
De Romeinse Rijksgrens, ofwel de Limes, die dwars door ons land liep, is de afgelopen twintig jaar vaak onderwerp van archeologisch onderzoek geweest. De resultaten van deze onderzoeken en de nieuwe kennis die deze hebben opgeleverd, staan centraal in het rapport ‘Romans on the waterfront. Evaluation of archaeological interventions (1997-2020) along the Dutch part of the Lower Rhine and Coastal Limes’. Het rapport is bedoeld voor archeologen, vrijwilligers in de archeologie en alle andere geïnteresseerden in de Romeinse geschiedenis van ons land.

Redactie: W.A.M. Hessing, W.K. Vos, E.J. van Ginkel

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

Artefactueel -1

 

De reeks ArtefActueel biedt nieuwe inzichten in archeologisch materiaal uit de prehistorie tot de nieuwe tijd. In deze eerste bundel wordt onderzoek aan vondsten uit de Romeinse tijd tot voorbij de middeleeuwen gepresenteerd.

Te lezen: Giftige schoonheid

Een cosmetica-attribuut met loodwit uit een inheems-Romeins grafveld in Nijmegen-Noord Peter W. van den Broeke, Lucy Kubiak-Martens, Ineke Joosten, Luc Megens en Otto Brinkkemper
Steekwoorden: loodwit, cosmetica, holpijp, kistgraf, Romeinse tijd

Andere onderwerpen in de te bestellen uitgave:

De vindplaats in scherven
Een eerste aanzet voor een analyse van de fragmentatie van aardewerk in de Romeinse tijd Roderick C.A. Geerts

De tubulus cuneatus:
een ‘vergeten’ Romeins verwarmingselement Karakterisering aan de hand van enkele Nederlandse vondsten Tim R. Clerbaut

Geglazuurd kogelpotaardewerk uit Noord-Nederland
Van ongewone scherven en waar je ze kunt vinden Martha de Jong

Klokkengietersafval Vondstmateriaal,
historische bronnen en reconstructies Anita A. Koster

Op zoek naar kledinghaken in kunstwerken
Wat Bruegel en andere meesters ons kunnen vertellen over het gebruik van een kledingaccessoire Jelle van Hemert

Onverwachte ontdekkingen
Chemische analyse van amorfe organische residuen met behulp van infraroodspectroscopie Tania F.M. Oudemans

Peter van den Broeke
Spreker van vanavond: Peter van den Broeke

Op de schervenavond van 2019 heb ik een korte lezing gehouden over een cosmetisch attribuut uit Nijmegen-Noord. Nu het artikel daarover is uitgekomen, is het beschikbaar om desgewenst onder de AWN’ers verspreiden. Het komt uit de eerste bundel van een nieuwe reeks die door leden van de vereniging van archeologische materiaalspecialisten wordt gemaakt. De bundel als geheel is te bestellen bij SPA, zoals je kunt opmaken uit het voorwerk (€ 17,95).

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

 

 

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent

Plan Vossepels Lent

Proefsleuvenonderzoek in het plangebied Vossenpels te Lent:
Project Vos1

In de digitale studiezaal Nijmegen zijn alle onderzoeken van het Archeologisch Bureau Nijmegen gratis te bestuderen, hier een voorbeeld.

De reeks Archeologische Berichten Nijmegen, waarin de archeologische onderzoeken worden beschreven die binnen de grenzen van de Gemeente Nijmegen zijn uitgevoerd. De rapporten zijn niet alleen voor archeologen geschikt, maar zeker ook voor de geïnteresseerde lezer.

“Het plangebied Vossenpels 1 ligt volgens Archis deels binnen een archeologisch monument van archeologische waarde (Archis-nr. 12471.14 Volgens Archis betreft het een terrein, gelegen op een oeverwal, met sporen van een nederzetting uit het laat neolithicum. Bij booronderzoek werden in vrijwel alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen.
In het terrein bevindt zich op 50–80 cm onder het maaiveld een vondstenlaag, met daarin houtskool, verbrand leem, aardewerk, bot, brokjes natuursteen en fosfaatconcentraties”.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Het handgevormde aardewerk uit de ijzertijd en de Romeinse tijd van Oss-Ussen

Het handgevormde aardewerk uit de ijzertijd en de Romeinse tijd van Oss-Ussen 
Studies naar typochronologie, technologie en herkomst

Proefschrift

ter verkrijging van de graad van Doctor aan de Universiteit Leiden op gezag van Rector Magnificus prof.mr.dr. P.F. van der Heijden volgens besluit van het College voor Promoties te verdedigen op donderdag 25 oktober 2012 klokke 13.45 uur door Pieter Willem van den Broeke geboren te Vlaardingen in 1952.

Al een kwart eeuw geleden verschenen er in de bundel Getekend zand twee artikelen die als een samenvatting van het nu uitgekomen proefschrift beschouwd kunnen worden. Dat ik in de tussentijd vaak persoonlijk beschikbaar was om het gemis aan een volledige publicatie te compenseren met de mondelinge datering van vondstcomplexen en het identificeren van briquetagevaatwerk, zal voor collega’s en amateur-archeologen in den lande een schrale troost zijn geweest. Het voordeel van het lange afgelegde traject was dat ik recentelijk nog wel kon putten uit de vele publicaties die verschenen sinds de rapportageverplichting in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.
Met dit ‘gerijpte’ proefschrift hoop ik tevens de langlopende schuld afgelost te hebben die bij mijn promotor(en) uitstond. Het was Jan (prof.dr. G.J.) Verwers, projectleider van het Leidse universitaire onderzoek in Oss, die me voorstelde om aan het aardewerk daarvan een promotie-onderzoek te wijden. Dat kon vervolgens van 1982-1985 worden uitgevoerd dankzij een subsidie van de Nederlandse Stichting voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek. Daarmee moesten bergen vondsten verzet worden. Collega Wijnand van der Sanden kon de stemming erin houden, en met hulpmiddelen zoals ponskaarten, Randlochkarten en een personal computer met wel twee floppy disk drives
zou de klus toch wel tijdig te klaren zijn…
Nadat Verwers in 1989 terugtrad als buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht was Leendert (prof.dr. L.P.) Louwe Kooijmans zo welwillend om het toen al ver uitgelopen onderzoek als promotor te begeleiden en jaarlijks de door ZWO/NWO opgevraagde stand van zaken in zo positief mogelijke bewoordingen te schetsen.
Niet minder stond ik in het krijt bij degenen die een directe, zeer gewaardeerde bijdrage aan het onderzoek leverden: dr. Bram van As (Universiteit Leiden),
Loe Jacobs (Universiteit Leiden), drs. Menno Jansma (Universiteit van Amsterdam) en prof.dr. Leendert van der Plas (†) (Wageningen Universiteit). Nog meer personen – voornamelijk werkzaam in het Instituut voor Prehistorie dan wel het latere Archeologisch Centrum van de Universiteit Leiden – droegen in andere vorm aan deze publicatie bij en verdienen daarvoor mijn
dank. De student-assistenten Wilfried Hessing, Menno Hoogland en Liesbeth Smits hebben talloze uren besteed aan het onmisbare voorwerk: scherven passen, plakken, beschrijven en een selectie daarvan met potlood tekenen. Een centrale plaats neemt het definitieve tekenwerk in, dat door Jan Boogerd (†) begonnen werd met een kroontjespen – waarmee hij vele honderden stuks aardewerk in inkt zette – en dat door digitaal afgesloten is met .ai, .pdf en .tif. In de tussengelegen periode tekenden ook Henk de Lorm, Jan Nederlof, Medy Oberendorff, Joanne Porck, Ide Stoepker en de auteur zelf. Ook van de tekeningen die Anne Berth Döbken (†) voor zijn scriptie over het grafveld van Oss-Ussen maakte, heb ik mogen profiteren. De foto’s zijn overwegend vervaardigd door Jan Pauptit en in beperkte mate door de auteur (slijpplaatjes). Annette Wagner zorgde voor de vertaling van de samenvatting in het Duits. Zonder discussie, steun en weerwoord komt een wetenschappelijke studie niet verder. Wat het handgevormde aardewerk betreft, heb ik in de loop der jaren veel gehad aan de contacten met de collega’s Ineke/Aniek Abbink (†), Eugene Ball, Simone Bloo,Wim De Clercq, Erik Drenth, Robert van Heeringen, Ivo Hermsen, Lucien Van Impe, Julie Van Kerckhove, Cees Koot, Huub Scholte Lubberink, Lucas Meurkens,
Angela Simons, Ernst Taayke, Marco van Trierum en Ad Verlinde.

Dankzij de medewerking van Harry Fokkens en Richard Jansen kon ik ook nog vele vondsten uit de post-Ussen-fase van het onderzoek in Oss doornemen.
Talloos waren de amateur-archeologen(kringen) waar ik gastvrij ontvangen werd wanneer ik op pad was om een indruk te krijgen van wat de ZuidNederlandse en Vlaamse bodem had prijsgegeven buiten hetgeen in de publicaties te vinden was. Het meest intensief was dat wel bij de Historische Kring Kesteren e.o., en vooral bij de AWN-afdeling Nijmegen e.o., toen nog onder leiding van Wim Tuijn. Gerard Smits zorgde voor een stroom van aardewerktekeningen uit de regio Oss. En dit proefschrift zou zeker veel dunner geworden zijn zonder de inspanningen van de leden van de Heemkundekring Maasland, die – onder aanvoering van Gerard van Alphen – naast de Leidse opgravers veel vondsten geborgen hebben die hier zijn weergegeven.
Zoals het een levenswerk betaamt, blijft dat ook in de persoonlijke omgeving niet onopgemerkt. Margreet mag nu op een socialere vrije-tijdsbesteding van mijn kant rekenen, wat overigens – ook bij Gillis en Gerben – niet de illusie mag wekken dat de wetenschap nu wel genoeg gediend is.

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Het verhaal van de Romeinen in Gelderland op 10 plekken

Het verhaal van de Romeinen in Gelderland op 10 plekken

 

De Tijdreisgids van Romeins Gelderland. Het verhaal van de Romeinen in Gelderland op 10 plekken. Hoe met de Romeinen de toekomst begon is tot stand gekomen door Provincie Gelderland in samenwerking met Erfgoed Gelderland in het kader van ‘Beleef het in Gelderland’.
‘Beleef het in Gelderland’ richt zich op het vergroten van de kwaliteit en kansen voor toeristen en Gelderlanders. Met thematische verhaallijnen maken we de toeristische kwaliteiten van Gelderland beter zichtbaar en zorgen we voor nieuwe impulsen. Dit leidt onder meer tot nieuwe producten en
arrangementen Samen met partners is gekozen voor de verhalen: Hanzesteden, Kastelen en buitenplaatsen en Romeinen.
De auteurs en onderzoekers Willeke en Carolien Guelen hebben aan deze opdracht een bijzondere invulling gegeven door het concept Tijdreisgids te bedenken.

Onderzoek, concept & tekst
Carolien Guelen
Willeke Guelen
In opdracht van
Provincie Gelderland en Erfgoed Gelderland
Juli 2020

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

 

Archaeology and Economy in the Ancient World

Archaeology and Economy in the Ancient World

Town-Country Relations in the Northern Parts of Germania inferior from an Economic Perspective Panel 8.9

Marion Brüggler Julia Obladen-Kauder Harry van Enckevort (Eds.)

Contents

Julia Obladen-Kauder Vergleichende Ergebnisse der Beziehungen zwischen Stadt und Land der civitas Batavorum (mit Oppidum, Ulpia Noviomagus und Militärstandort) sowie der civitas Cugernorum (mit vorcoloniazeitlicher Siedlung und Colonia Ulpia Traiana): Siedlungsstrukturen, Landwirtschaft und Ernährung

Harry van Enckevort Stones, Tiles, Temples and Villas. A Social-Economic Transformation of the civitas Batavorum (85–120 AD)

Laura I. Kooistra – Maaike Groot Supplying Food to Ulpia Noviomagus Batavorum

Christoph Eger Colonia Ulpia Traiana: The Economy of a Garrison and Border Town at the Lower German Limes

Marion Brüggler – Renate Gerlach – Jutta Meurers-Balke – Tanja Zerl Michael Herchenbach The Hinterland of the Colonia Ulpia Traiana (Xanten): Supply Basis for the Town?

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

Alle wegen leiden naar Rome

Alle wegen leiden naar Rome

Het Romeinse Rijk neemt om verschillende redenen een unieke plaats in de geschiedenis van de westerse beschaving in. Zo is, bijvoorbeeld, het Romeinse recht van onschatbare betekenis voor het recht in heel Europa: de Codex van keizer Justinianus (527-565) vormt nog altijd de basis van de moderne wetgeving in de meeste Europese landen. Meer in het algemeen vormt het Romeinse recht de basis voor vele rechtssystemen in de wereld. De oorsprong ervan ligt al in de vijfde eeuw voor Christus. Van toen af aan heeft het zich ontwikkeld, met als resultaat een rechtsorde die we vandaag als gebruikelijk beschouwen. De invloed die het Romeinse recht heeft uitgeoefend en nog uitoefent op het hedendaagse juridische denken, met name via allerlei juridische concepten als bijvoorbeeld eigendom, huwelijk, contract, is enorm.

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

 

Een archeologische begeleiding te Elst

Een archeologische begeleiding (ADC Rapport 4368), Amersfoort

J. T. Verduin, L.M.B. van der Feijst en E. Blom (red.), 2017: Plangebied Centrum Elst fase 5, Dorpsstraat Elst,

Samenvatting uit het rapport

“In opdracht van gemeente Overbetuwe heeft ADC ArcheoProjecten tussen 8 oktober 2015 en 24 februari 2016 een Archeologische Begeleiding (conform protocol Opgraven) uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een nieuwe hemelwaterafvoer/ en rioleringstracé in de Dorpsstraat te Elst. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 540 m² en ligt middenin de hoofdstraat van Elst. Het tracé lag grofweg tussen de Wagenmakersstraat en de Sint Maartenstraat.

Tijdens de begeleiding zijn sporen van steenbouw uit de Romeinse tijd aangetroffen. Het gaat om een muur en verschillende uitbraaksporen van steenbouw, mogelijk afkomstig van verschillende stadsvilla’s. Dergelijke resten komen weinig voor en de vondst is daarom archeologisch zeer interessant te noemen. De aangetroffen steenbouw leent zich uitstekend voor een aanvullend onderzoek en interpretatie van de bevindingen ter hoogte van de ABN-Amro bank uit 1953 die door Bogaers in 1970 zijn uitgewerkt. De interpretatie van badhuis die Bogaers aan de steenbouw gaf wordt door onderhavig onderzoek iets genuanceerd tot een gebouw waar vermoedelijk een verwarmde ruimte in aanwezig is geweest. Daarmee valt een relatie te leggen met stadvilla’s die mogelijk op een rij langs de huidige Dorpstraat hebben gelegen. Met dit onderzoek is er dus een stukje van het centrum van Elst zoals dat er in de Romeinse tijd uitzag ingekleurd. Naast een tempelcomplex onder de Grote Kerk, blijkt er meer steenbouw voor te komen in deze tijd. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om een complete vicus rondom het tempelcomplex dat door veel inwoners van de Betuwe bezocht zal zijn.”

 

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’