Groesbeek Heights (definitieve versie)

Groesbeek-Heights

Groesbeek Heights

Sporen van de Tweede Wereldoorlog op de Wylerberg en in het Nederrijk, definitieve versie.

Een archeologische rapportage

Deze archeologische rapportage is samengesteld met inachtneming van de voor de archeologie geldende normen en in die zin anders ingericht dan de eerder uitgegeven voor het brede publiek bestemde publicatie Groesbeek Heights. Bij het samenstellen van de rapportage waren er geen beperkingen (kostenaspect, omvang e.d.) en konden wij ook aspecten van het onderzoek die niet in de voor het publiek bestemde publicatie terecht zijn gekomen, opnemen. De archeologische rapportage is dus gedetailleerder en uitgebreider dan het in de winkel te kopen boekwerk Groesbeek Heights.
In de op onze website gepubliceerde rapportage ontbreekt Bijlage 4 (Sporenlijst). Dat is bewust gedaan. De sporenlijst bevat namelijk de exacte locatiegegevens van alle geregistreerde sporen. Het is (mede op aandringen van de beheerder van het gebied – Staatsbosbeheer) niet de bedoeling dat de exacte locatie van de sporen bij een breed publiek bekend wordt.

Overigens, de volledige archeologische rapportage (inclusief Sporenlijst) is binnen Archis opgenomen en voor de archeologische wereld én degenen die over een inlogaccount binnen Archis beschikken, te raadplegen.

© 2020 AWN Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie, afdeling 16 Nijmegen en omstreken Titel: Groesbeek Heights.
Sporen van de Tweede Wereldoorlog op de Wylerberg en in het Nederrijk Auteurs: Leo ten Hag, Paul Klinkenberg en Willem Kuppens.
Projectleider: Paul Klinkenberg Vormgeving: Willem Kuppens
Tekstredactie: Leo ten Hag en Willem Kuppens
In opdracht van: AWN Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie, afdeling 16 Nijmegen en omstreken

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’

Archeologie van de Tweede Wereldoorlog

Archeologie van de Tweede Wereldoorlog

Uit het Voorwoord: Dit rapport laat zien dat de archeologie uit juist deze periode niet het exclusieve domein is van experts, maar het terrein moet delen met vrijwilligers en metaaldetectorzoekers. Net zoals elders in de archeologie spelen ook hier economische wetmatigheden: er bestaat een levendige handel in militaria van allerlei soorten. Natuurlijk gaat onvervangbare informatie verloren wanneer deze objecten zonder documentatie uit hun context worden verwijderd. Maar de auteurs stellen daar tegenover dat wanneer (enthousiaste) amateurs volgens een paar basale richtlijnen tewerk gaan zij een belangrijke workforce vormen en tevens ambassadeurs kunnen zijn van dit nieuwe aandachtsveld in de archeologie.

De aandacht voor de Tweede Wereldoorlog blijft ongekend groot. Nu komt ook die van de archeologen erbij. Deze oorlog heeft immers sporen nagelaten in het Nederlandse bodemarchief. Sommige zijn zichtbaar, zoals bomkraters, schutterputjes en kazematten. Andere sporen zijn minder zichtbaar, zoals explosieven, stoffelijke resten en vliegtuigwrakken.

Sinds enkele jaren worden steeds meer opgravingen uitgevoerd gericht op resten uit de oorlogsjaren.

Naast bijzondere ontdekkingen brengen ze ook ‘nieuwe problemen’ in beeld; dat wil zeggen, het gaat om onderzoek dat speciale eisen stelt. Hoe ga je bij een archeologische opgraving om met explosieven? Wat doe je als je stoffelijke resten aantreft? Hoe gaat een archeoloog om met de sterke emoties van het publiek?

Terug naar overzicht ‘Vrij om te lezen’