The magic word

Ik ben deze blog nog niet begonnen en heb al drie kopregels bedacht. Zoveel dingen waar ik wel wat over kwijt wil. Eerst was het ‘Marketing Garden’. Maar die had de Gelderlander al. De ongekende hoeveelheid Market Garden-gerelateerde activiteiten van de laatste tijd geeft te denken. De bedoeling is natuurlijk herdenken, maar weten we 75 jaar later eigenlijk wel of realiseren we ons de impact van wat er zich toen heeft afgespeeld? In een radioverslag over de landingen op de Ginkelse Heide hoor ik de verslaggever alleen maar praten over ‘spectaculair’ en de rit van de historische voertuigen naar het noorden is ‘fantastisch’.

Nou hoor ik je denken, maar wacht eens even, we hebben toch zelf ook meegedaan aan die hype en een boek uitgebracht? En dan is mijn antwoord: heb je het al gelezen? Voor de niet ingewijden: de publicatie ‘Groesbeek Heights’ is een uitgave van onze eigen AWN-afdeling, en wel van de Werkgroep Archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Als er één boek in mijn optiek integer is en wars van opportunisme, dan is het dit wel. Jarenlang veldwerk gekoppeld aan minstens zo lang archiefonderzoek heeft een bijzondere kruisbestuiving opgeleverd. De verslagen van dag tot dag uit het veld, de war journals, kaarten en foto’s gekoppeld aan wat er nu nog in het landschap te vinden is: het brengt je heel dicht bij die paar dagen in september 1944 dat Gavin en zijn mannen in onze regio landden. Soms zelfs tot bij de schutters in hun putje, waar we zien wat zij zagen als ze over de rand keken…

Tijdens de herdenkingsweek hebben Marcel en ik de jaarlijkse lunch met onze vroegere buurvrouw Nelly (nu 87) en haar dochter Mariëtte. Nelly woonde tijdens de invasie op de Hogewaldseweg in Breedeweg, tegenover het Reichswald. Haar heldere geest en gevoel voor humor brengen je nog dichter bij de dingen van toen. Ze heeft er al vaak interviews over gegeven maar er komen altijd weer nieuwe details boven die we niet eerder gehoord hebben. Over de koeien die al bij de eerste bombardementen geraakt worden en dood in het land liggen. En dat bij terugkomst na de evacuatie alles weg is, behalve die koeien, die er – in vergaande staat van ontbinding – nog liggen. Dat wegslepen niet kan, want er zijn geen landbouwmachines en ze vallen uit elkaar. Maar dat ze wel weg moeten. Het land moet bewerkt, het is al zo laat in het seizoen…Overgieten met brandstof en aansteken dan maar. Spaarzaam met de brandstof, want ja,  alles is schaars. En dat je die verschrikkelijke lucht dan later nóg ruikt als er geploegd wordt op die plekken.

En ook dat ze vorig jaar nog, door de droogte, in het veld de sporen zag van de loopgraven die de Duitsers vanaf de rand van het Reichswald naar hun huis hadden gemaakt. Dat haar vader nog wel een jaar bezig was geweest om de loopgraven dicht te gooien (met slechte grond, vandaar de crop marks), slechts gewapend met een schop en kruiwagen. Dat er een tank door de grensafscheiding van gaas en prikkeldraad gereden was, en dat alle scherpe stukjes gaas en prikkeldraad uit het veld moesten worden gezocht om te voorkomen dat het later mens of dier zou verwonden. En dàt op een plek vol explosieven die in de zachte grond niet waren afgegaan: die dagelijkse angst om vader, en niet alleen in hun huishouden.

Pagina 27 uit Norbert A. de Groot, Als sterren van de hemel, De Gooische Uitgeverij 1984, geannoteerd door Carl Paul zelf.

En we praten over Carl en Vera. Carl Paul, de veteraan van de 82e Airborne divisie, die iedere paar jaar tijdens de herdenkingen bij Nelly kwam logeren. Zijn vrouw Vera, Engelse, die tijdens een van zijn ‘leaves’ in Liverpool met hem trouwde. Ze kenden elkaar drie dagen. Carl was een harde, maakte alle luchtlandingen mee en zat in de staf van Gavin. Bijzondere man, die op zijn 96e nog naar de herdenkingen kwam en iedere ochtend van Nelly naar ons liep om even een praatje te maken terwijl ‘the women’ in huis bezig waren. Mariëtte merkt op dat Carl bewonderenswaardig was, maar dat Vera minstens zo bijzonder was. Een stadsmeisje uit Liverpool dat na de oorlog terechtkomt op een farm (lees: vergane blokhut) in Idaho op 30 mijl van de dichtstbijzijnde buren. Met een man met PTSS (het woord kenden ze nog niet, maar de stress was er niet minder om) die zijn woede afreageerde door het rotsachtige land met de hand te ontginnen. En met drie kinderen waarvan er twee op een vreselijke manier jong sterven. Hoe hou je je dan staande? Onder de afwas, als Mariëtte er naar vraagt, geeft Vera het antwoord. The magic word? Acceptance.

Accepteren lijkt makkelijker te worden als we in tijd of nabijheid verwijderd zijn van ons ‘onderwerp’. Maar als het zo nabij is, hoe kan je dan accepteren? Ik heb net – voor de tweede keer – het boek ‘The hare with amber eyes’ (De haas met amberkleurige ogen) van kunstenaar en pottenbakker Edmund de Waal gelezen. Hij schreef eerder over keramiek, maar dit boek gaat over zijn (joodse) familiegeschiedenis. Over accepteren gesproken…
Het boek raad ik je bijzonder aan, zeker als je van familiegeschiedenis houdt.

Met familiegeschiedenis – ook die van anderen – hou ik me graag bezig, omdat de kleine mens, de persoon, de voorouder, je dichter bij de grote geschiedenis brengt. Vorig jaar maakten mijn man en zwager samen een boekje over het leven van hun oom Alex Willems, die door oorlogsgeweld om het leven kwam. Afgelopen tijd heeft Willem Kuppens, mede-auteur van Groesbeek Heights, met zijn kennis van de militaire activiteiten in onze regio geholpen om uit te zoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren. We zijn er nog niet uit.
Maar heeft het gevoel dat we het verleden moeten uitzoeken en vastleggen ook met acceptatie te maken? Wordt dat makkelijker als je weet hoe het gegaan is? De voorgaande generaties hebben het accepteren in ieder geval zonder die kennis moeten doen.

En wat het megalomane herdenken betreft: volgens mij moet het niet groter, groter maar kleiner, kleiner. Dan komen we veel dichter bij de angst, de woede en het verdriet van toen.  Als herdenken gedenken wordt.

 
Vandaag, 29 september 2019, is het precies 75 jaar geleden dat Alex Willems omkwam op de Waal te Winssen.

 

3 antwoorden op “The magic word”

  1. Slik, prachtig! Ik zit net midden in de dubbelroman van Donald R. Burgett, Het Begin: D-Day & De weg naar Arnhem. Sluit prachtig aan bij al deze emoties. Er zijn nog steeds veel families waar verhalen rondgaan over verlies van dierbaren en nieuwe liefdes in de roerige tijden van oorlog en bevrijding.

  2. Pauline, ik heb je Magic Word met rooie oortjes gelezen. Ik mag me hier een vreemdeling in Jeruzalem noemen, maar de strekking van je verhaal kwam hard bij me binnen! De Werkgroep Archeologie van de Tweede Wereldoorlog verdient inderdaad ons “dankjewel”.
    Alweer rooie oortjes; ik heb “Groesbeek Heights” nog niet gekocht, maar daar is makkelijk iets aan te doen.
    Bedankt voor je mooie blog!

  3. Hoi Pauline,
    Mijn schoonvader, die volgende week 97 jaar wordt, was helemaal ondersteboven van alles rondom de herdenkingen. Hij volgde via de tv de gebeurtenissen en kwam tot de conclusie dat die bevrijding toen en nu euforische gevoelens bij hem hadden losgemaakt. Maar ook het rotgevoel en de jarenlange haat van alles wat Duits was kwam naar boven. Het accepteren is een proces dat bij hem jaren heeft geduurd en misschien nooit is weggegaan. Zijn verhalen blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.